U bevindt zich hier: Financieringsvormen Borgstelling krediet  
 FINANCIERINGSVORMEN
Rekening couant krediet
Middellang krediet
Borgstelling krediet
Tante Agaathe lening
Stimulerings krediet
Milieu krediet
Leasing
Debiteuren krediet
Factoring
Bankgarantie

BORGSTELLING KREDIET
 

Het doel van deze regeling is het stimuleren van de kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf (MKB).

Als een ondernemer over onvoldoende middelen beschikt of te weinig zekerheden kan bieden voor een krediet, kan de bank een beroep doen op de Borgstellingsregeling.
In dat geval treedt de overheid op als borg. Het borgstellingskrediet is bestemd voor ondernemingen met maximaal 100 werknemers, met inbegrip van de meeste ondernemers die een vrij beroep uitoefenen.
Er bestaan extra faciliteiten voor startende ondernemingen en voor (doorstartende) innovatieve ondernemingen.

Uitgezonderd zijn:
ondernemers met een vrij beroep in de medische sector die vallen onder de Wet Tarieven Gezondheidszorg;
advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en dierenartsen;
ondernemingen waarvan meer dan 50% van de jaaromzet wordt verkregen uit
de land- en tuinbouw, de vee- of visteelt, de visserij of de teelt van vee- of visvoer;
het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf of het financieren van of het financieren of deelnemen in een of meer andere ondernemingen;
het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken, of het ontwikkelen van onroerende zaakprojecten.

VOORWAARDEN
De overheid staat slechts borg indien onder meer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de ondernemer bezit onvoldoende financiele middelen;
de ondernemer kan onvoldoende zekerheid verschaffen aan de bank, waardoor deze naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verschaffen;
het krediet wordt niet verstrekt ter nakoming van reeds bestaande verplichtingen aan de bank;
de rentabiliteits- en continuiteitsperspectieven van de onderneming zijn bevredigend;
n het geval een natuurlijke persoon meer dan de helft van het kapitaal van een onderneming bezit, moet hij zich borgstellen ter grootte van 25% van het borgstellingskrediet, met een minimum van 11.300 euro;
de ondernemer moet bij de betreffende bank beschikken over bankfaciliteiten die een bedrag belopen van minimaal 100% van het borgstellingskrediet. Dit percentage bedraagt slechts 50% indien het gaat om een borgstellingskrediet voor startende of innovatieve ondernemingen.

De startersfaciliteit geldt voor ondernemers die voor eigen rekening een bedrijf zijn gestart en die op het tijdstip dat de kredietovereenkomst wordt gesloten het bedrijf niet langer dan 5 jaar voeren en die 5 jaar voorafgaande aan dat tijdstip geen andere onderneming hebben gedreven.

Besloten vennootschappen kunnen ook in aanmerking komen voor de startersfaciliteit, mits de directeur een meerderheid van het gestort en geplaatst kapitaal houdt en individueel als starter kan worden aangemerkt.

Om in aanmerking te komen voor de faciliteit voor innoverende ondernemingen moet de aanvrager een S&O-verklaring overleggen op grond van de WVA . Deze verklaring mag op het moment van de kredietverstrekking niet ouder zijn dan 16 maanden.

FACILITEIT
Per onderneming bedraagt het borgstellingskrediet maximaal 908.000 euro.
Voor het startersborgstellingskrediet geldt een bedrag van maximaal 100.000 euro. Starters kunnen boven dit bedrag het 'normale' borgstellingskrediet krijgen. Bij de bepaling van dit maximum dienen oude borgstellingskredieten (ook op grond van vorige regelingen) meegeteld te worden.

De borgstelling vermindert in maximaal 6 jaar tot nul (voor innovatieve ondernemingen en onroerende zaken: maximaal 12 jaar). Deze vermindering kan worden opgeschort door middel van een afbouwvrije periode van maximaal 4 kwartalen. Deze opschorting kan 2 maal plaatsvinden (bij starters: 3 maal).
Borgstellingen voor innovatieve ondernemingen kunnen de eerste 3 jaren aflossingvrij zijn.

De bank moet zelf een bedrag ter beschikking stellen aan de ondernemer dat minimaal gelijk is aan het bedrag dat wordt aangemeld als borgstellingskrediet.

Bij starters en bij innoverende ondernemingen moet dit bedrag minimaal 50% van het aangemelde borgstellingskrediet zijn. De borgstelling bedraagt 90% van het borgstellingskrediet. Voor startende en innovatieve ondenemers is dit 100%.
Binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst, moet de bank een garantieprovisie aan de Staat betalen.

De garantieprovisie is voor een kredietovereenkomst met een looptijd:
van niet langer dan 2 jaar 2% van het borgstellingskrediet;
tussen de 2 en 4 jaar 2,4% van het borgstellingskrediet;
tussen de 4 en 6 jaar 2,8% van het borgstellingskrediet;
tussen de 6 en 9 jaar 3,2% van het borgstellingskrediet;
tussen de 9 en 12 jaar 3,6% van het borgstellingskrediet.
Deze kosten worden in de regel door de bank aan de ondernemer doorberekend.

Cumulatie met het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen, of borgstellingen van de Stichting Borgstellingsfonds voor de landbouw is niet toegestaan. De ondernemer mag niet beschikken over een door een andere bank verstrekte kredietfaciliteit waarvoor de Staat nog borg staat.

AANVRAAG
De ondernemer vraagt een handelskrediet aan bij een bankinstelling.
De bank beslist of zij een borgstellingskrediet inpast.
Alleen bankinstellingen die daartoe een overeenkomst met het Ministerie van EZ zijn aangegaan (alle grote banken en de meeste kleinere) kunnen een beroep doen op dit besluit. De bank moet het borgstellingskrediet binnen 35 dagen na sluiting aanmelden bij de Minister van Economische Zaken.

UITBETALING
 Als de ondernemer zijn verplichtingen jegens de bank niet meer kan nakomen, kan de Staat uit hoofde van haar borgstelling door de bank worden aangesproken voor het tekort op het borgstellingskrediet. Na betaling aan de bank blijft de ondernemer jegens de Staat aansprakelijk voor dit bedrag, terwijl de bank verantwoordelijk blijft voor de invordering.

BRON
Het besluit is voor het laatst volledig gepubliceerd in het Staatsblad 1997, nr. 599. De Uitvoeringsregeling BMKB is voor het laatst volledig gepubliceerd in de Staatscourant 1997, nr. 242 en gewijzigd in de Staatscourant 2001, nr. 243.
De regeling is afkomstig van het Ministerie van Economische Zaken.

LOOPTIJD
Het besluit heeft een onbepaalde looptijd.
Het Europese Investeringsfonds (EIF) neemt in het kader van het groei- en werkgelegenheidsinitiatief van de Europese Unie financieel deel aan de BBMKB regeling teneinde de beschikbaarheid en toegankelijkheid van bancaire financiering en daarmee het verrichten van investeringen en ontstaan van extra werkgelegenheid in het MKB te bevorderen.