Van een arbeidsovereenkomst is sprake als de ene partij, de werknemer tegen loon een bepaalde tijd arbeid verricht, in opdracht van de andere partij, de werkgever.
Een arbeidsovereenkomst heeft dus drie kenmerken: Er is een gezagsverhouding; de werkgever geeft (redelijke) opdrachten. Hij bepaalt bijvoorbeeld hoe, wanneer en waar het werk wordt verricht;
De werknemer krijgt loon; meestal is dat geld. Daarnaast kan loon bestaan uit bijvoorbeeld gratis maaltijden, een dienstauto en een aandelenoptieregeling. Een onkostenvergoeding is in principe geen loon. De fiscus waardeert een betaling in andere vormen dan geld op een geldbedrag;
Er is sprake van persoonlijke arbeid; de werknemer moet de arbeid zelf verrichten. Bovendien moet de arbeid voor de werkgever van waarde zijn. Een stage of leerplaats is in deze zin dus geen arbeid.
Wat staat er in een arbeidsovereenkomst? De duur van een arbeidsovereenkomst Loon Vakantiedagen en betaald verlof Opzegtermijnen Werktijden CAO Pensioenregeling Proeftijd Concurrentiebeding Wat staat er in een arbeidsovereenkomst? In een arbeidsovereenkomst staat het volgende: naam en woonplaats van werkgever en werknemer; aard van de werkzaamheden (correct, maar niet gedetailleerd); tijdstip van indiensttreding; duur van de arbeidsovereenkomst; loon; regels voor vakantiedagen en betaald verlof; opzegtermijn; werktijden; CAO die van toepassing is. Eventueel staat in een arbeidsovereenkomst ook iets over: pensioenregeling proeftijd concurrentiebeding
De duur van een arbeidsovereenkomst Een arbeidsovereenkomst kan voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd zijn. In het laatste geval staat ook de datum van beëindiging of de naam van het project in de overeenkomst. Gaat het om een project of om vervanging van een zieke werknemer, dan hoeft u de einddatum of een periode niet per se in tijd te noemen.
Loon Werkgever en werknemer zijn tot op zekere hoogte vrij in het vaststellen van het loon. Wel moet het loon redelijk zijn. Wat redelijk is, hangt af van wat gebruikelijk is in uw bedrijf of bedrijfstak en op de arbeidsmarkt.
De Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag (WMM) geeft minimumbedragen aan die u de werknemer moet betalen. Werknemers tot 23 jaar ontvangen minstens het minimumjeugdloon; werknemers vanaf 23 jaar het minimumloon. Vakantiedagen en betaald verlof Het minimum aantal doorbetaalde vakantiedagen is minstens viermaal het aantal dagen in de week dat de werknemer werkt. Dat is een wettelijke regeling. De werknemer heeft het recht om minimaal twee weken aaneengesloten vakantie op te nemen. U stelt als werkgever, na overleg met de werknemer, het tijdstip vast. De werknemer heeft recht op betaald verlof bij zwangerschap- en bevalling, bijzondere familieomstandigheden (huwelijk en overlijden van naaste familieleden) en OR-werkzaamheden. Verder mag de werknemer onbetaald verlof opnemen in de vorm van ouderschapsverlof.
Opzegtermijnen In een arbeidsovereenkomst kunt u de opzegtermijn voor de werknemer opnemen. Gaat het om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dan moet het tijdstip van het beëindigen van de overeenkomst expliciet in de overeenkomst staan.
Werktijden De hoofdregels voor werktijden zijn: een werkdag duurt maximaal 9 uur (zonder overwerk) en een werkweek maximaal 45 uur; op zondag wordt niet gewerkt, tenzij anders is afgesproken. Uitzonderingen zijn wanneer zondagswerk uit het werk voortvloeit of als de bedrijfsomstandigheden het noodzakelijk maken en de OR of personeelsvertegenwoordiging ermee instemmen.
CAO Een CAO is een overeenkomst tussen: een werkgever en een of meer vakbonden (ondernemings-CAO); een of meer werkgeversorganisaties en een of meer vakbonden (bedrijfstak-CAO). In de CAO zijn de arbeidsvoorwaarden geregeld. Er zijn twee soorten: de minimum-CAO: de werkgever mag hier alleen van afwijken als de werknemer daar voordeel van heeft; de standaard-CAO: de werkgever mag hier niet van afwijken. De CAO gaat in principe vóór de individuele arbeidsovereenkomst. U moet een CAO toepassen als: u zelf een CAO met de vakbonden hebt afgesloten; u lid bent van een werkgeversorganisatie die een CAO heeft afgesloten; de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een CAO algemeen bindend heeft verklaard. In de CAO staat voor welke groep werknemers deze geldt. Soms zijn dat alle werknemers, soms een deel daarvan. Bij alle kamers van koophandel vindt u een boek met daarin alle CAO’s.
Pensioenregeling U bent als werkgever niet verplicht een pensioenregeling voor werknemers te treffen. Vaak maakt een pensioenregeling echter wel deel uit van de arbeidsovereenkomst of de CAO.
Proeftijd Een proeftijd moet u altijd schriftelijk vastleggen. Tijdens deze proeftijd kunnen u en de werknemer beiden de arbeidsrelatie verbreken, zonder de reden ervoor op te geven. U moet echter wel een schriftelijke reden van opzegging geven als de werknemer u daarom vraagt. Bij een arbeidsovereenkomst van maximaal twee jaar mag u een proeftijd van maximaal één maand vaststellen. Bij een contract van twee jaar of meer een proeftijd van maximaal twee maanden.
Concurrentiebeding U kunt in de arbeidsovereenkomst opnemen dat een werknemer tijdens zijn dienstverband of na het beëindigen ervan niet voor zichzelf of voor anderen soortgelijk werk mag verrichten. Vermeldt u daarbij wel voor welke periode en welk gebied dat geldt.