Met een doelgroep wordt een bepaald soort mensen bedoeld
die de reclamemakers willen bereiken.
Een doelgroep voor waspoeder reclame is bijvoorbeeld mensen tussen 20 en
55 jaar en dan vooral huisvrouwen. Dat soort tv-reclames wordt dan ook
uitgezonden tussen programma’s zoals ‘Goede Tijden Slechte Tijden’ omdat
dan vooral deze doelgroep kijkt.
Snoepreclames worden, niet zoals je zou verwachten ‘s morgens tussen de
kinderprogramma’s uitgezonden, maar juist tussen programma’s zoals het
‘Jeugdjournaal’ en ‘Klokhuis’. Dit wordt gedaan omdat dan de ouders
meestal meekijken en de ouders zijn uiteindelijk degenen die het product
moeten kopen.
Eigenlijk kun je hier spreken van twee doelgroepen die in één reclame
bereikt moeten worden.
De tijdstippen waarop reclames uitgezonden worden zijn dus heel
belangrijk. Maar ook de kijkcijfers zijn erg belangrijk. Als er naar een
bepaald programma meer mensen kijken, zien ook meer mensen de reclame.
Aan de hand van de kijkcijfers wordt dan ook de hoogte van de prijs voor
reclame bepaald.
Niet alleen op televisie heeft men te maken met doelgroepen, maar
ditzelfde geldt ook voor reclame op bijvoorbeeld de radio, op internet
en affiches. In een bushokje bij scholen wordt juist de student het
snelst bereikt.
Ook bij het bereiken van bepaalde doelgroepen kan men zich afvragen of
het ethisch verantwoord is. Is het bijvoorbeeld wel goed dat kinderen
door reclame bereikt worden tussen jeugdprogramma’s in.
Heel veel kinderen laten zich beïnvloeden door reclames o.a. door de
reclame op tv en de reclamefolders die mensen thuis krijgen. Heel vaak
zijn die folders ongevraagd bij je bezorgd, zo'n post die je ongevraagd
krijgt heet 'junkmail'. Kinderen en jongeren worden om een aantal
redenen beïnvloed door de fabrikanten:
Ten eerste omdat ze veel geld te besteden hebben.
Ten tweede omdat de kinderen veel invloed hebben op de aankopen van het
gezin hier hang daar een overzicht van.
Één derde van de jeugd beslist mee over de aankoop van bijv. een
computer. De laatste reden is dat kinderen veel geloven van wat er in
een reclame verteld wordt. Veel jongeren en kinderen kopen dan alleen
spullen van die reclames.
Reclame moet opvallen. Consumenten onthouden dan beter om welk product
het gaat.
Reclame moet vooral kinderen aanspreken. Producenten vinden die groep
juist heel belangrijk.
Niet alleen om het zakgeld dat ze krijgen, want dat is meestal veel te
weinig om er flink aan te verdienen. Maar kinderen hebben meestal ook
een grote invloed op de merken frisdrank, broodbeleg, snoep of zoutjes
die er worden gekocht. Daar komt nog bij dat kinderen de consumenten van
de toekomst zijn. Wat ze nu willen hebben kopen ze waarschijnlijk later,
als ze wel meer geld hebben, ook.