U bevindt zich hier: Reclame Waarom reclame op TV?  
 RECLAME
Soorten reclame
Misleidende reclame
Kinderen als doelgroep
Stichting SIRE
Waarom reclame op TV?
Waarom reclame?

WAAROM RECLAME OP TV?
 



 
Google
 
Web www.companyconsulting.nl
 

Waarom reclame op tv?

Dat is heel simpel, zonder de reclame hebben de verschillende omroepen geen geld om programma’s te maken. Er zit hierbij enig verschil tussen de commerciële en de publieke omroepen maar bij allebei komt het grootste deel van het geld voort uit de verkoop van reclamezendtijd. Ik zal hier het verschil tussen de commerciële en de publieke omroepen uitleggen.

De publieke omroep

Een publieke omroep mag geen winst maken en moet zich aan een bepaald beleid houden wat aanbod van programma’s betreft. Dat beleid is door de regering opgesteld en houdt in dat een omroep die tot het publieke bestel hoort niet alleen programma’s mag maken die voor amusement bedoelt zijn.

De overheid heeft voor 75% van de uitzendtijd bepaalde richtlijnen gegeven, de rest mogen de omroepen zelf invullen. Hun zendtijd moet om precies te zijn voor minstens 20% uit culturele, voor 5% uit educatieve, voor 25% uit informatieve en voor 25% uit verstrooiende programma’s bestaan. Doordat ze zich aan die regels moeten houden en dus op sommige programma’s minder kijkcijfers scoren krijgen ze subsidie van de overheid om de kosten te dekken.
Ze krijgen die subsidie omdat ze van de reclame-inkomsten alleen niet kunnen leven zoals de commerciële omroepen wel doen.

De commerciële omroep

De commerciële omroep daarentegen is enkel en alleen afhankelijk van de verkoop van reclamezendtijd als het om inkomsten gaat.
Commerciële omroepen zijn volledig vrij in het bepalen van het programma-aanbod en krijgen ook geen subsidie van de overheid. De meeste programma’s die op de commerciële netten te zien zijn, zijn programma’s die verstrooiing als doel hebben.
Zo bereikende commerciële omroepen hoge kijkcijfers en kunnen ze de reclamezendtijd voor meer geld verkopen. Hoe meer kijkers naar een programma, hoe duurder een reclamespotje wordt. Voor een reclamespotje in de finale van het wereldkampioenschap voetbal moet zo een paar ton neergeteld worden.

De eerste commerciële omroep was RTL-4, die in 1989 werd opgericht. In het begin zonden ze alleen vanuit Luxemburg uit omdat commerciële omroepen in Nederland toen nog verboden waren. Daar komt ook de naam RTL vandaan: Radio Televisie Luxemburg. De commerciële omroepen zijn alleen via de kabel te ontvangen en inmiddels heeft in Nederland 90% van de huishoudens een kabelaansluiting. 4. Televisiereclame

STER verkoopt reclame op Nederland 1, 2 en 3. IP verkoopt reclame op RTL 4, 5 en Veronica. Een aantal jaar geleden verkocht de STER nog ongeveer evenveel reclame als IP, maar doordat Veronica in september 1995 een commercieel televisiestation is geworden heeft de IP een groter marktaandeel in de reclamebestelling op televisie gekregen.

Verder is er de infomercial, een vanuit Amerika overgewaaide vorm van televisiereclame. Het zijn programmaatjes van een half uur of een kwartier, die op twee punten afwijken van gewone reclame spotjes. Ten eerste duren ze veel langer en wordt er in die tijd veel meer informatie over het product gegeven. Sommige fabrikanten spreken zelfs van documercials; een kruising tussen een documentaire en een commercial.
Ten tweede willen de filmpjes onmiddellijk respons uitlokken. De kijker kan het product meteen bestellen via een speciaal telefoonnummer.

Wat opvalt is dat het voornamelijk producten zijn die een aantal grote welvaarts- en luxe problemen oplost, zoals fitnessapparaten, vermageringskuren, speciale tandenborstels, en massageapparaten.

De Nederlandse infomercial-markt wordt beheerst door twee bedrijven, namelijk TV Shop en Quantum International.

Reclame moet opvallen. Consumenten onthouden dan beter om welk product het gaat.
Reclame moet vooral kinderen aanspreken. Producenten vinden die groep juist heel belangrijk. Niet alleen om het zakgeld dat ze krijgen, want dat is meestal veel te weinig om er flink aan te verdienen. Maar kinderen hebben meestal ook een grote invloed op de merken frisdrank, broodbeleg, snoep of zoutjes die er worden gekocht. Daar komt nog bij dat kinderen de consumenten van de toekomst zijn. Wat ze nu willen hebben kopen ze waarschijnlijk later, als ze wel meer geld hebben, ook.