U bevindt zich hier: Branche informatie Kledingbranche  
 BRANCHE INFORMATIE
Kledingbranche
Meubelbranche
Computer branche
Tuincentra
Uitzend branche
Fitness branche
Auto branche

KLEDINGBRANCHE
 
Nieuwe pagina 6

Kleding branche

Verkooppunten
De bovenkledingbranche bestaat uit dameskledingzaken, herenkledingzaken en gemengde dames- en herenkledingzaken. De detailhandel in verkoop van bovenkleding telt volgens het CRK circa 15.000 verkooppunten. Ruim 2.000 verkooppunten behoren tot de ambulante handel. Er werken meer dan 60.000 personen in de kledingbranche.Hiermee is deze branche de grootste detailhandelsbranche in de non-foodsector.
Toename
Aan bovenkleding heeft de consument in 2000 circa € 8,3 miljard uitgegeven. De groei van de bestedingen is geheel toe te schrijven aan een toename van het volume. Deze lag op het niveau van 1999. De prijzen stonden onder druk en zijn zelfs gedaald. Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de onverminderd hoge concurrentie in de branche.
Omzetgroei
De omzetgroei van de detailhandel in bovenkleding was 3,9% in 2000. Deze blijft achter bij de omzetgroei van ruim 6% voor de totale detailhandel non-food. Net als in de afgelopen jaren is het aandeel van bovenkleding in het totaalbudget van de consument afgenomen. De kledingbranche heeft minder sterk kunnen profiteren van de gunstige economische omstandigheden.
Modewisselingen
De branche is ook afhankelijk van modewisselingen. Dit naast de nog steeds toenemende concurrentie met andere bestedingscategorieën. Mogelijk speelt ook mee dat in de ogen van de consument het modebeeld de afgelopen periode onvoldoende veranderd is. Hierdoor is men minder snel geneigd te kopen.
Commerciële samenwerkingsverbanden
De concentratie- /samenwerkingsgraad binnen de branche is relatief groot. Van de gevestigde verkooppunten maakt circa 45% deel uit van een filiaalbedrijf (o.a. grootwinkelbedrijf). Bijna de helft van de zelfstandige kledingdetaillisten heeft zich aangesloten bij een van de commerciële samenwerkingsverbanden.
Heldere positionering
Het grootwinkelbedrijf is enkele jaren geleden overgegaan tot restyling van het concept. Het herpositioneren is onvoldoende geslaagd. Vooral het Nederlandse grootwinkelbedrijf heeft kennelijk moeite zich te handhaven en dreigt de slag om de consument te verliezen. Eens temeer is de noodzaak van een heldere positionering aangetoond. Bovendien is gebleken dat het veranderen van een opgebouwd imago lastig is.
Integratie
Er is een toenemende voorwaartse integratie in de bedrijfskolom te signaleren. Door het streven naar onafhankelijkheid en meer macht in de goederenketen zal dit zich verder voortzetten. Dit proces speelt zeker in de kledingbranche een rol. Deze branche heeft bij uitstek te maken met de individualistische en veranderlijke consument die voortdurend geprikkeld wil worden.
Informatie- en communicatietechnologie
Wisselende collecties, kortere levertijden en voortdurend onder druk staande marges nopen tot een verregaande samenwerking binnen de bedrijfskolom. Time to market is meer en meer een vereiste. De toepassing van informatie- en communicatietechnologie (ICT) is essentieel en neemt aan belang toe. Zeker binnen de kledingbranche staat het gebruik van informatietechnologie nog redelijk in de kinderschoenen Meestal is het gebruik intern gericht. Van elektronische systematische uitwisseling van gegevens met leveranciers is nog nauwelijks sprake. Daarmee laat de modebranche omzetkansen en mogelijkheden tot efficiencyverbetering en kostenbesparing liggen 

Kerncijfers detailhandel dames en heren bovenkleding
  SBI indeling 1993 5242.1/4 Bovenkleding
Onderwerpen Jaren 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000
Bedrijven x 1 000 7,8 7,9 7,9 7,6 7,8 7,4 7,4 7,1
Werkzame personen 65,1 64,9 65,5 65,6 68,7 71,0 75,5 74,1
Netto-omzet mld.euro 5,2 5,2 5,0 5,2 5,4 5,8 5,9 6,3
Bruto-winst in % van de omzet 40,5 40,7 40,5 40,5 40,6 41,5 42,0 41,9
Exploitatiekosten Totaal 94,0 94,5 96,2 95,5 95,4 94,6 94,9 94,5
Inkoopwaarde 59,5 59,3 59,5 59,5 59,4 58,5 58,0 58,1
Personeelskosten 15,6 15,8 16,1 15,3 15,3 15,4 16,0 16,1
Overige expl. kosten 18,9 19,4 20,6 20,7 20,7 20,7 20,9 20,3
Bedrijfsresultaat 6,5 5,7 4,5 5,2 5,4 6,1 6,1 6,4
Resultaat voor belasting 5,1 4,7 3,9 4,2 4,4 6,0 5,5 6,0
© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen 2002-09-10