|
Nieuwe pagina 6
Ondervedeling
De branche telt circa 11.400 bedrijven. Ze
zijn onder te verdelen in merkgebonden en niet-merkgebonden autobedrijven.
Met 7.500 bedrijven vormen de niet-merkgebonden autobedrijven de grootste.
Tegelijkertijd zijn ze de meest diverse groep:
Universele bedrijven
Deze laatste groep omvat enerzijds zo?n
2.500 veelal kleinschalige reparatiebedrijven. Zij houden zich voornamelijk
bezig met onderhouds- en reparatiewerkzaamheden. Anderzijds zijn er 1.500
universele autobedrijven. Zij houden zich behalve met handel in gebruikte
auto’s ook bezig met reparatie en onderhoud aan auto’s.
Merkgebonden bedrijven
De groep merkgebonden bedrijven wordt
gevormd door de circa 3.900 (service)dealerbedrijven. Door schaalvergroting
ligt het aantal eigenaren op circa 2.000. Onder één dealercontract komen dus
steeds meer vestigingen voor. Het dealerbedrijf vertegenwoordigt een
automerk voor het toegewezen rayon. Vaak op basis van een exclusief
dealercontract met een importeur (selectieve distributie).
Selectieve distributie
De Europese regelgeving waarin deze
selectieve distributie is geregeld wordt in september 2002 herzien. Het is
nog onduidelijk hoe de wijzigingen uiteindelijk zullen uitpakken Toch is de
verwachting dat de distributie meer wordt vrijgegeven. Dit kan de positie
van het dealerbedrijf in de branche bedreigen.
Omzetverdeling
Bij veel autobedrijven is sprake van
nevenactiviteiten zoals brandstoffenverkoop, schadeherstel,
autolease/verhuur en dergelijke. De personenautobedrijven haalden in 2000
gezamenlijk een omzet van circa
€ 25
mld. (exclusief BTW). Behalve de nevenactiviteiten kwam dit door
-
de
verkoop van nieuwe en gebruikte auto’s
-
onderhoud en reparatie van auto’s en
-
de
verkoop van onderdelen en accessoires
Nieuwe auto's
Ongeveer 90% van de nieuwe personenauto’s
wordt verkocht door de dealerbedrijven. Ook in de verkoop van bestelauto’s
spelen de personenautodealers een belangrijke rol. De verkoop van de nieuwe
personenauto’s is in 2000 lager uitgekomen dan in het recordjaar 1999. Met
597.623 (- 2,3%) verkochte nieuwe personenauto’s en 96.050 (- 2,7%) nieuwe
bestelwagens mag het jaar qua afzet toch als gunstig worden bestempeld.
Gebruikte auto's
De handel in gebruikte auto's via
autobedrijven vertoonde een stijgende tendens. Wel moest de branche met
lagere prijzen genoegen nemen. Mede door het lagere prijspeil kreeg de
export in 2001 weer een forse impuls.
Concurrentie
Zorgelijk blijft dat de autobedrijven vaak
niet in staat zijn om de brutomarge te vertalen in omzet. Door verschillende
oorzaken blijft het bedrijfsresultaat voor belastingen op het lage peil van
gemiddeld 1%. Dit zijn
-
de
prijsconcurrentie van collega-dealers van hetzelfde merk (interbrand)
-
van
dealers van andere merken (intrabrand)
-
een
groeiend aandeel van grote fleetowners. Zij weten zowel bij aankoop als
bij het onderhoud van auto’s een scherpere prijsstelling af te dwingen.
Elektronica
Steeds meer elektronica doet haar intrede
in de auto. Hierdoor worden de auto’s minder storings- en
onderhoudsgevoelig. De onderhoudsintervallen worden langer. Dit houdt voor
de branche in dat er steeds minder werkplaatsuren te verdelen zijn. Het is
duidelijk dat het dealerbedrijf steeds meer concurrentie krijgt van de
andere aanbieders van autoreparatie- en onderhoudswerkzaamheden. Denk
hierbij aan
-
de
niet-merkgebonden, algemene autobedrijven (al dan niet aangesloten bij een
commerciële formule)
-
de
fastfitbedrijven en
-
de
bandenspecialisten. De laatste groep bedrijven gaat steeds meer
initiatieven ontplooien op het gebied van autoreparaties.
|