U bevindt zich hier: Belastingen wijzigingen in 2005 Wijzigingen loonbelasting 2005  
 WIJZIGINGEN IN 2005
Belangrijkste wijzigingen in 2005
belangrijkste wijzigingen ondernemers
Wijzigingen loonbelasting 2005
 BELASTINGEN
Inkomstenbelasting
Omzetbelasting
Loonbelasting
wijzigingen in 2005

WIJZIGINGEN LOONBELASTING 2005
 
Nieuwe pagina 1

2          Loonbelasting

 

2.1       Uniform loonbegrip voor loonheffing en premies werknemersverzekeringen

Per 1 januari 2005 komt er een uniform loonbegrip voor de loonheffing en de premies werknemersverzekeringen. Uitgangspunt is dat het loon voor de loonheffing ook geldt voor de heffing van premies werknemersverzekeringen. Er blijft een aantal uitzonderingen.

 

2.2       Spaarloon

Vanaf 1 januari 2005 kan een werknemer nog slechts bij ιιn werkgever deelnemen aan de spaarloonregeling. Het bedrag dat de werknemer in 2005 mag sparen bedraagt maximaal € 613.

Als een werknemer bij een werkgever wil sparen via de spaarloonregeling, dan moet worden voldaan aan de volgende twee voorwaarden:

·         de werknemer is sinds 1 januari 2005 bij die werkgever in dienst en

·         die werkgever past ten aanzien van die werknemer sinds 1 januari 2005 de algemene heffingskorting toe.

Als een werknemer na de eerste dag van het kalenderjaar bij een werkgever in dienst treedt kan hij dus niet van de spaarloonregeling van die werkgever gebruik maken.

Het tarief voor eindheffing over spaarloon wordt met ingang van 1 januari 2005 verhoogd tot 25%.

In de inkomstenbelasting geldt voor het jaar 2005 een vrijstelling in box 3 van maximaal € 17.025 voor geblokkeerde spaartegoeden uit een spaarloonregeling.

 

2.3       Aandelenopties

Per 1 januari 2005 vervalt de huidige keuzeregeling voor het belasten van aandelenopties. Vanaf die datum moet de werkgever loonheffing en premies werknemersverzekeringen altijd berekenen over het werkelijk gerealiseerde voordeel op het moment van uitoefening of vervreemding van de optierechten. Als de werkgever aan de werknemer een bedrag in rekening heeft gebracht voor het optierecht, dan mag de werkgever dit bedrag in mindering brengen op het voordeel dat de werknemer heeft genoten. Bij een negatief saldo mag de werkgever niets in mindering brengen op het loon.

 

Bij opties die vσσr 1 januari 2005 onvoorwaardelijk zijn toegekend of onvoorwaardelijk zijn geworden, blijft de oude regeling gelden als de werkgever de opties op dat moment tot het loon heeft gerekend. Bij deze opties is het gerealiseerde voordeel dus alleen belast voor de loonheffing als de optie binnen drie jaar wordt uitgeoefend of vervreemd. Als de werkgever de belastingheffing over de opties heeft uitgesteld, vallen deze onder de nieuwe regeling.

 

2.4       Computers

De pc-privι-regeling is op 27 augustus 2004 om 17.00 uur afgeschaft. Een werknemer die vσσr dat tijdstip een computer en/of randapparatuur in gebruik heeft genomen of heeft gekocht (of zich heeft verplicht om te kopen), kan ook in 2005 nog gebruik blijven maken van de oude regeling.

 

Met ingang van 1 januari 2005 mag de werkgever aan een werknemer een computer en dergelijke apparatuur (en bijbehorende apparatuur) alleen onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen als de apparatuur voor 90% of meer zakelijk wordt gebruikt. Als de apparatuur een meerjarig belang heeft, mag de werkgever maximaal het bedrag van de jaarlijkse afschrijving onbelast vergoeden of verstrekken. Als de kostprijs inclusief omzetbelasting minder is dan € 450, dan mag de werkgever het hele bedrag ineens onbelast vergoeden of verstrekken.

Als de kostprijs hoger is dan € 450, dan kan de werkgever de apparatuur ook in een keer onbelast vergoeden of verstrekken als hij met de werknemer afspreekt dat hij verplicht is tot vergoeding van het privι-gebruik. Hierdoor moet de werknemer bij het einde van de dienstbetrekking de waarde die de apparatuur op dat moment heeft aan de werkgever vergoeden.

 

2.5       Reiskostenvergoeding

De maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers is € 0,18 per kilometer, ongeacht het vervoermiddel. Dit betekent dat de werkgever elke zakelijke kilometer, dus ook elke kilometer voor woon-werkverkeer, tot maximaal € 0,18 belastingvrij kan vergoeden. Woon-werkverkeer is ook zakelijk verkeer.

Als een werknemer met het openbaar vervoer reist kan de werkgever kiezen: er kan maximaal € 0,18 per kilometer worden vergoed, maar ook de werkelijke reiskosten mogen belastingvrij worden vergoed.

 

2.6       Werknemers in het internationale verkeer

Een werknemer die in het buitenland woont en die aan boord van schepen of luchtvaartuigen in het internationale verkeer werkt, is met ingang van 1 januari 2005 geen werknemer voor de loonheffing als hij voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

·         hij werkt voor 90% of meer aan boord van schepen of luchtvaartuigen in het internationale verkeer van een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd

·         zijn loon is onderworpen aan een belasting naar het inkomen in een ander land

·         zijn loon is niet op grond van een verdrag of andere regeling in feite alleen in Nederland belast.

 

2.7       Producten uit eigen bedrijf

Een werkgever die aan zijn werknemer een korting of vergoeding geeft bij de aankoop van producten uit eigen bedrijf, kan dit onder de volgende voorwaarden belastingvrij doen:

·         de producten zijn niet branchevreemd

·         de korting of vergoeding bedraagt per product maximaal 20% van de waarde van het product in het economische verkeer

·         de korting of vergoeding bedraagt in totaal niet meer dan € 475 (€ 450) per kalenderjaar.

 

2.8       Eindheffing bovenmatige vergoedingen en verstrekkingen

Met ingang van 1 januari 2005 mag de werkgever eindheffing toepassen over het belaste (bovenmatige) deel van kostenvergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. De nieuwe eindheffingsmogelijkheid geldt tot een maximumbedrag van € 200 per maand per werknemer.

 

2.9       Verklaring arbeidsrelatie

Vanaf 1 januari 2005 mag de opdrachtgever altijd uitgaan van een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) van een opdrachtnemer waarop staat vermeld "winst uit onderneming" of "werkzaamheden voor rekening en risico van een vennootschap". De opdrachtgever hoeft dan niet meer te beoordelen of de opdrachtnemer bij hem wellicht toch in dienstbetrekking is. Voor de opdrachtgever is er zo meer rechtszekerheid. Hieraan is wel een aantal voorwaarden verbonden. Dit staat in een wetsvoorstel dat op dit moment bij de Eerste Kamer ligt.

 

2.10      Telefoonvergoeding

Het normbedrag voor een telefoonabonnement per maand is verhoogd naar € 20,32 (€ 19,95). De overige normbedragen voor de telefoon zijn ongewijzigd.

 

2.11      Zakelijke maaltijden

De normbedragen voor een zakelijke maaltijd zijn niet gewijzigd per 2005.

 

 

2005

2004

Warme maaltijd

€ 3,10

€ 3,10

Koffiemaaltijd/Lunch

1,55

1,55

Ontbijt

1,55

1,55

 

2.12      Maaltijden in bedrijfskantines

Voor een maaltijd in een bedrijfskantine gelden de volgende normbedragen:

 

 

2005

2004

Warme maaltijd

€ 3,85

€ 3,80

Koffiemaaltijd/Lunch

2,00

2,00

Ontbijt

2,00

2,00

 

2.13      Consumpties tijdens werktijd

De vrijgestelde vergoeding voor consumpties tijdens werktijd (maaltijden vallen hier niet onder) bedraagt maximaal € 2,75 (€ 3,00) per week of € 0,55 (€ 0,60) per dag.

 

2.14      Personeelsleningen

In 2005 is er geen sprake van een te belasten rentevoordeel als de werknemer tenminste 5% (3,5%) rente betaalt over het geleende bedrag.

 

2.15      Vrijwilligers

De vergoeding die een vrijwilliger ontvangt, voor zover deze niet meer bedraagt dan € 735 (€735) per jaar en € 21 (€21) per week wordt niet als loon beschouwd.

 

 

3          Afdrachtvermindering loonbelasting

 

Een werknemer kan voor meerdere afdrachtverminderingen tegelijk in aanmerking komen. De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk en de afdrachtvermindering zeevaart kunnen echter niet samengaan.

 

3.1       Afdrachtvermindering lage lonen

De afdrachtvermindering lage lonen is van toepassing met betrekking tot de werknemer wiens loon in het desbetreffende loontijdvak niet meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Deze afdrachtvermindering is alleen van toepassing op werknemers die 23 jaar of ouder zijn. Het toetsloon bedraagt € 17.805 (€ 17.806) en het maximale bedrag afdrachtvermindering is € 530 (€ 1.093). Deze afdrachtvermindering wordt op 1 januari 2006 afgeschaft.

 

3.2       Afdrachtvermindering onderwijs

De afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 2.500 (€ 2.500). Het toetsloon voor 2005 is € 20.791
(€ 20.793).

Er bestaat recht op een afdrachtvermindering van € 1.500 (€ 1.500) wanneer een voormalig werkloze werknemer in dienst is die aangewezen scholing volgt die er op gericht is de werknemer op startkwalificatieniveau te brengen.

 

3.3       Afdrachtvermindering zeevaart

De afdrachtvermindering zeevaart is vanaf 1 januari 2005 niet meer van toepassing op loon dat een werkgever betaalt aan zeevarenden die werkzaam zijn op de volgende schepen:

·         baggerschepen zonder eigen voorstuwing of die niet beschikken over een eigen laadruimte

·         schepen voor bedrijfsmatige visserij.

 

Werknemers die werken op een schip dat geregelde passagiersdiensten onderhoudt tussen havens van de Europese Gemeenschap, maar die zelf niet de nationaliteit hebben van ιιn van de landen van de Europese Gemeenschap of de Europese Economische Ruimte, worden niet meer als zeevarende aangemerkt.

 

3.4       Afdrachtvermindering kinderopvang

Per 1 januari 2005 wordt de Wet kinderopvang ingevoerd. Daarmee vervalt de afdrachtvermindering kinderopvang.

 

3.5       Afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof

De afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof wordt toegepast over het loon dat wordt doorbetaald tijdens het ouderschapsverlof van de werknemer. De afdrachtvermindering bedraagt 50% van het tijdens het ouderschapsverlof doorbetaalde loon en is per werknemer per kalenderjaar gebonden aan een maximum. De bedragen zijn niet gewijzigd ten opzichte van 2004.

 

Indien hij de leeftijd heeft bereikt van

doch niet de leeftijd van

bedraagt het toetsloon

maximaal bedrag afdrachtvermindering

15

16

€   3.403

€   3.403

16

17

3.913

3.913

17

18

4.480

4.480

18

19

5.161

5.161

19

20

5.955

5.955

20

21

6.975

6.975

21

22

8.223

8.223

22

23

9.641

9.641

23

-

11.342

11.342

 

3.6       Afdrachtvermindering arbo non-profit

Met ingang van 1 januari 2005 wordt de afdrachtvermindering arbo non-profit afgeschaft. De werkgever kan vanaf die datum geen afdrachtvermindering meer aanvragen.

 

3.7       Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk

De voorwaarden voor het aanvragen van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk worden verruimd. Met ingang van 1 januari 2005 komt ook het loon dat verband houdt met het uitvoeren van onderzoeken naar technische haalbaarheid in aanmerking voor afdrachtvermindering. Deze haalbaarheidsonderzoeken moeten dan wel zijn gericht op eigen technisch-wetenschappelijk onderzoek, of op de technische mogelijkheden van eigen speur- en ontwikkelingswerk.

De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) voor 2005 bedraagt 42% van het loon dat betrekking heeft op speur- en ontwikkelingswerk, voorzover dat loon niet meer bedraagt dan
€ 110.000. Over het resterende S&O-loon bedraagt de afdrachtvermindering 14%. De afdrachtvermindering bedraagt maximaal € 7.941.154.

Voor technostarters is het (verhoogde) percentage van de afdrachtvermindering 60%. Een van de voorwaarden om als technostarter te worden aangemerkt is dat in de vijf voorafgaande kalenderjaren voor niet meer dan twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven. Als S&O-activiteiten worden voortgezet die voorheen direct of indirect werden uitgevoerd door een verbonden vennootschap of door iemand die nu een aanmerkelijk belang heeft, dan moeten de verklaringen worden meegeteld die aan hen zijn afgegeven.