U bevindt zich hier: Belastingen Inkomstenbelasting Eigen woning  
 INKOMSTENBELASTING
heffingskortingen
Persoons gebonden aftrek
Eigen woning
Lijfrente
 BELASTINGEN
Inkomstenbelasting
Omzetbelasting
Loonbelasting
wijzigingen in 2005

EIGEN WONING
 

Om voor de eigen woning regeling in aanmerking te komen, moet u de woning in eigendom hebben (ook het recht van lidmaatschap van een coöperatieve flatvereniging hoort daarbij). Daarnaast moet de woning uw hoofdverblijf zijn. Als uw woning niet aan deze voorwaarden voldoet, valt deze niet onder de eigen woning regeling en wordt de woning belast in box 3. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een tweede huis, zoals een vakantiewoning.

Bijzondere situaties: woonboot en woonwagen
Als een woonboot of woonwagen met een vaste plaats uw hoofdverblijf is, wordt die woonboot of woonwagen als een woning beschouwd waarvoor de eigen woning regeling geldt.

Bijzondere situatie: vruchtgebruik van een woning
Als u het vruchtgebruik heeft van iets, heeft u er de 'voordelen' en 'lasten' van zonder er eigenaar van te zijn. Bijvoorbeeld als u in een woning mag wonen zonder er de eigenaar van te zijn, terwijl de kosten en lasten voor uw rekening zijn. De eigenaar heet dan de 'blote eigenaar'.

Als u een woning in vruchtgebruik heeft, terwijl bijvoorbeeld uw kinderen de blote eigendom bezitten, komt u niet in aanmerking voor de eigen woning regeling. Zo’n woning is immers niet uw eigendom. De woning wordt daarom belast in box 3. Ook voor de blote eigenaar geldt de eigen woning regeling niet. Deze woont immers niet in de woning.
Uitzondering: als u het vruchtgebruik van de woning heeft geërfd, is de eigen woning regeling wel van toepassing; voor de blote eigenaar is de eigen woningr egeling echter niet van toepassing.

Uitzonderingen op de regel dat de woning uw hoofdverblijf moet zijn

In zes gevallen valt een woning onder de eigen woning regeling, zonder dat u erin hoeft te wonen:
- U bent verhuisd naar een nieuwe woning, en uw oude woning staat leeg en is nog niet verkocht: u mag de (hypotheek)rente voor de oude woning nog twee jaar blijven aftrekken nadat u de woning heeft verlaten op voorwaarde dat de woning leegstaat; het eigen woningforfait van de oude woning is in deze periode nul.
U heeft een nieuwe woning, al dan niet in aanbouw, gekocht en u gaat er niet direct, maar wel binnen twee jaar in wonen: u mag de (hypotheek)rente voor de gekochte woning aftrekken, het eigen woningforfait van de gekochte woning is in deze periode nul. Voorwaarde is dat de nieuwe woning leegstaat in de periode dat u er nog niet in woont. Deze uitzondering geldt ook als u nog niet in een eigen woning woont.
U gaat scheiden en uw vroegere partner blijft in uw woning wonen, terwijl de kosten en lasten nog voor uw rekening zijn: u mag gedurende maximaal twee jaar nadat u de woning heeft verlaten voor deze woning gebruikmaken van de eigen woningregeling. Als u op 31 december 2002 al niet meer in de woning woonde, is de termijn van twee jaar ingegaan op 1 januari 2001.
U wordt opgenomen in een AWBZ-instelling (bijvoorbeeld een verzorgingstehuis of verpleegtehuis): u mag gedurende maximaal twee jaar voor uw woning gebruikmaken van de eigen woningregeling.
U woont tijdelijk in een andere woning, bijvoorbeeld omdat u voor uw werk wordt uitgezonden naar een ander(e) plaats of land. Op verzoek mag u in dat geval voor uw woning gebruikmaken van de eigen woningregeling als: u al minstens één jaar in de woning hebt gewoond; u niet voor een andere woning de eigen woningregeling toepast; u de woning tijdens uw afwezigheid niet aan anderen ter beschikking stelt of verhuurt. Het eigen woningforfait is in deze periode 1,3% van de WOZ-waarde
U stelt uw eigen woning tijdelijk ter beschikking aan derden
Wat is het eigen woningforfait?
Het eigen woningforfait is een vast bedrag dat u moet optellen bij uw inkomen in box 1. Het eigen woningforfait is een percentage van de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) van uw eigen woning. De WOZ-waarde van de eigen woning is de waarde zoals de gemeente die vaststelt.
De hoogte van het bedrag dat u moet bijtellen bij uw inkomen in box 1 kunt u aflezen uit de volgende tabel.
Aftrek van hypotheekrente en andere kosten van geldleningen
Gedurende maximaal 30 jaar kunt u van uw inkomen uit werk en woning aftrekken:

De (hypotheek)rente en kosten van (hypothecaire) geldleningen voor de aankoop, het onderhoud of de verbetering van de eigen woning. Als u de hypotheek of de lening had afgesloten vóór 1 januari 2001, is de 30-jaarstermijn ingegaan op 1 januari 2001.
Verder mag u aftrekken:
De periodieke betalingen voor erfpacht of opstal.
De rente van schulden voor de afkoop van erfpacht.
U heeft geen recht op aftrek van (hypotheek)rente als u de geldlening gebruikt voor een ander doel dan aankoop, onderhoud of verbetering van een eigen woning. Dit geldt ook voor bijgeschreven rente en voor rente op leningen die u dan aangaat om de rente op uw (hypothecaire) lening te betalen. Zulke (hypotheek)schulden vallen in box 3. Dat betekent dat u niet de werkelijke (hypotheek)rente kunt aftrekken, maar in plaats daarvan kunt u uw schuld aftrekken van uw bezittingen in box 3. Uitzondering: de rente op hypothecaire leningen die op 31 december 1995 al bestonden en nog steeds op dezelfde woning zijn gevestigd. Voor deze leningen neemt de Belastingdienst aan dat zij betrekking hebben op de eigen woning.
Als u binnen de 30-jaarstermijn een hogere hypotheek afsluit
Misschien wilt u de hypotheek binnen de 30-jaarstermijn verhogen, bijvoorbeeld omdat u een nieuwe woning koopt. In dat geval blijft de bestaande 30-jaarstermijn gelden voor het bedrag van de oude hypotheek. Alleen voor het hogere bedrag gaat een nieuwe termijn lopen.