U bevindt zich hier: Belastingen Omzetbelasting  
 OMZETBELASTING
Vooraftrek
Omzet
 BELASTINGEN
Inkomstenbelasting
Omzetbelasting
Loonbelasting
wijzigingen in 2005

OMZETBELASTING
 

Omzetbelasting 2004
Omzetbelasting is beter bekend als BTW: Belasting over Toegevoegde Waarde. Het systeem van de BTW komt er in het kort op neer dat u BTW bent verschuldigd over uw totale omzet, maar u mag de BTW die andere ondernemers bij u in rekening brengen daarvan aftrekken. In feite betaalt u dus belasting over de waarde die u toevoegt: het verschil tussen uw inkoopprijs (plus onkosten) en verkoopprijs
BTW algemeen
Over de omzet die u als ondernemer in Nederland maakt, moet u omzetbelasting betalen. Omzetbelasting is beter bekend als BTW: Belasting over Toegevoegde Waarde. Het systeem van de BTW komt er in het kort op neer dat u BTW bent verschuldigd over uw totale omzet, maar u mag de BTW die andere ondernemers aan u in rekening brengen daarvan aftrekken. In feite betaalt u dus belasting over de waarde die u toevoegt: het verschil tussen uw inkoopprijs (plus onkosten) en verkoopprijs.

De BTW werkt als volgt. Als u een goed levert of een dienst verleent, berekent u de BTW aan de klant door. De BTW die u ontvangt, moet u afdragen aan de Belastingdienst. U betaalt zelf ook BTW over diensten en goederen die u inkoopt. Die BTW betaalt u aan de ondernemer die u de BTW in rekening brengt. De BTW die u aan hem betaalt, kunt u als voorbelasting aftrekken van de BTW die u bent verschuldigd over uw omzet.

De BTW is een aangiftebelasting. Dit houdt in dat u zelf berekent hoeveel BTW u moet afdragen. Dit bedrag berekent u en geeft u op in de aangifte Omzetbelasting. Vervolgens betaalt u de verschuldigde BTW aan de Belastingdienst. Meestal moet u over een kwartaal aangifte doen.

Als u zaken doet met het buitenland maakt het voor de BTW verschil of u zaken doet met een land binnen de EU of buiten de EU. Binnen de EU zijn namelijk de fiscale grenzen afgeschaft en is er vrij goederenverkeer ontstaan tussen de EU-landen onderling.
De regels voor de omzetbelasting worden met ingang van 1 januari 2001 op een aantal punten gewijzigd. De voornaamste wijziging is de verhoging van het algemene tarief van 17,5% naar 19%.
Verplichte vermelding BTW-identificatienummer leverancier
Vanaf 1 januari 2004 moet het BTW-identificatienummer (bijvoorbeeld NL001234456B01) van de ondernemer die de levering of de dienst verricht altijd op de factuur worden vermeld. Een BTW-identificatienummer wordt voor BTW-doeleinden aan een ondernemer toegekend en wordt gebruikt bij intracommunautaire transacties. In geval van een fiscale eenheid moet het BTW-identificatienummer van het onderdeel van de fiscale eenheid op de factuur worden vermeld.
Verplichte vermelding BTW-identificatienummer afnemer
De verplichting om het BTW-identificatienummer van de afnemer te vermelden, bestaat nu al bij intracommunautaire leveringen en intracommunautaire diensten. Vanaf 1 januari 2004 geldt deze verplichting ook als een verleggingsregeling van toepassing is. De verschuldigde BTW wordt dan geheven van de afnemer in plaats van de leverancier. De verplichting geldt dus onder andere in het geval van:
onderaanneming en uitlenen van personeel in de bouw, scheepsbouw en bij loonconfectie;
levering van een onroerende zaak als koper en verkoper gezamenlijk hebben gekozen om de levering met BTW te belasten;
leveringen en diensten die in Nederland plaatsvinden maar worden verricht door een buitenlandse leverancier die geen vaste inrichting in Nederland heeft.
Verplichte vermelding gegevens fiscaal vertegenwoordiger
Als de belasting wordt voldaan door een fiscaal vertegenwoordiger, moeten de volgende gegevens op de factuur worden vermeld:
zijn BTW-identificatienummer;
zijn naam;
zijn adres.
Verplichte vermelding bijzondere regelingen
De toepassing van een bijzonder regeling moet duidelijk uit de factuur blijken. Het gaat om de volgende gevallen:
toepassing van de margeregeling bij de handel in gebruikte goederen;
toepassing van een verleggingsregeling (vermelding: 'omzetbelasting verlegd');
toepassing van een vrijstelling van belasting; intracommunautaire levering.
Overige wijzigingen
Ook de vermelding van prijzen en kortingen wordt aangepast. Per tarief en eventueel per vrijstelling moet het volgende op de factuur worden vermeld:
de eenheidsprijs exclusief omzetbelasting;
eventuele kortingen als die niet in de eenheidsprijs zijn begrepen;
het toegepaste tarief;
de vergoeding;
bij vooruitbetaling: de datum van betaling als die afwijkt van de factuurdatum.
Facturen moeten opeenvolgend worden genummerd (eventueel in meerdere reeksen), zodat een factuur eenduidig kan worden geïdentificeerd.
Elektronische facturering
Facturen mogen elektronisch worden verzonden als de afnemer daarmee akkoord gaat en een aantal waarborgen in acht worden genomen. Zo moet de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud van de elektronische factuur worden gewaarborgd. In januari 2004 verschijnt een de brochure 'Elektronisch factureren' waarin de voorwaarden waaraan een elektronische factuur moet voldoen worden beschreven. Deze brochure wordt ook toegevoegd aan de website van de Belastingdienst.
Opslag van facturen
De ondernemer is in beginsel vrij de opslagplaats van de facturen te bepalen. Als algemene voorwaarde geldt dat de ondernemer de opgeslagen factuurgegevens op ieder verzoek van de inspecteur, binnen redelijke termijn, beschikbaar moet kunnen stellen.
Versoepeling factuurverplichting
In een aantal gevallen kan momenteel van de factureringsverplichtingen worden afgeweken, bijvoorbeeld bij het openbaar vervoer. Het is de bedoeling dat deze regelingen worden gehandhaafd.
Verplichte facturering aan niet-ondernemers
In het wetsontwerp is de bepaling opgenomen dat een groothandelaar die ook levert aan niet-ondernemers een factuur moet uitreiken. De ondernemers voor wie deze bepaling gaat gelden zullen in een ministeriële regeling worden aangewezen.